Het Groningen-effect

Groninger effect ripple effect

In een radio-interview met Leo Sonneveld op 30 mei werd door Andrew Makkinga van NPO 1 een nieuw begrip geïntroduceerd: “het Groningen-effect”. Hiermee wordt bedoeld dat burgers van links tot rechts zich verenigen tegen de gasboringen als gevolg van de manier waarop de overheid de Groningers in praktijk heeft beschermd: niet. Dit voorbeeld van een onbetrouwbare overheid zoals blijkt uit de “Groningse toestanden” leidt tot collectief verzet: burgers, belangengroepen en lokale overheden komen unaniem in het geweer tegen de grote belangen van de oliemaatschappijen en onze nationale overheid. Na Terschelling en Woerden heeft nu ook de gemeente Gouda raadbreed besloten dat het Groene Hart ongemoeid moet worden gelaten en “het gas in de grond te houden”.

De burger is vogelvrij

De burger verliest het vertrouwen in de overheid zodra blijkt dat deze de burger niet of onvoldoende beschermt. In conflicten waarin (grote) economische belangen zijn gemoeid trekt de burger aan het kortste eind. In de zaak NAM versus de Groningse burger merkt de burger dat zijn klachten over de schade aan huizen, zijn financiële situatie en zijn persoonlijk welzijn niet serieus worden genomen (terwijl de wet formeel de veroorzaker van mijnbouwschade aansprakelijk stelt). Op het eerste gezicht is zo’n uitspraak moeilijk hard te maken, want de overheid, de NAM, de instituties, de deskundigen, enz., spreken mooie woorden, maar het venijn zit ‘m in de werking van het hele democratische bestel waarbij de “zwakke belangen” (zoals het SCP dat duidde in het essay Niet buiten de burger rekenen) niet of maar ten dele worden vertegenwoordigd en uiteindelijke onvoldoende invloed hebben op de besluitvorming. Dit leidt tot besluitvorming waarbij de grote economische belangen worden gediend en de belangen van electoraal oninteressante groepen burgers, het milieu of toekomstige generaties worden genegeerd en zelfs geschaad.

Wat is er met Woerden?

Leo Sonneveld is een inwoner van Woerden die zich ernstig zorgen maakt over de plannen van de Canadese oliemaatschappij Vermilion de kleine gasvelden in Nederland te exploiteren. Ook onder een deel van Woerden bevindt zich zo’n klein gasveld. Leo’s woning staat in de wijk die recht boven dat gasveld ligt: Molenvliet. Voor de oppervlakkige beschouwer handelt Leo dus uit eigenbelang. Maar er is meer aan de hand. Woerden is een voorbeeld voor de stichting die Leo samen met anderen heeft opgericht. De geplande gaswinning in Woerden is voor de stichting een casus waaraan getoetst wordt of de bestuurlijke besluitvorming integer en fatsoenlijk verloopt. Fatsoenlijk begrijpt iedereen (euh, nou ja…), het begrip integriteit behoeft enige uitleg omdat het in de praktijk in te beperkte zin wordt gebruikt. Leo’s stichting (Stichting Good Governance Monitor, gogomo.org) hanteert het begrip “integer” in de oorspronkelijke zin van het woord: “heel en ongeschonden”. Een begrip dat door de stichting in bredere zin wordt toegepast om niet alleen de (inter-) persoonlijke integriteit tussen bestuurders te toetsen, maar ook de effecten van onze democratische besluitvorming, en zelfs onze wetgeving: een rechtmatig besluit wil immers niet zeggen dat dit door benadeelde groepen als rechtvaardig wordt ervaren. Dat is namelijk het punt waar de burger, de jongeren, het milieu, belangengroepen, enz., in de praktijk niet of onvoldoende worden beschermd: er wordt rechtmatig gehandeld door vaak machtige partijen, maar “de zwakke belangen”, de minder machtige stakeholders trekken aan het kortste eind en betalen de rekening voor de economisch belanghebbenden. Wel rechtmatig, maar niet rechtvaardig en zeker niet integer omdat schade wordt afgewenteld.

Woerden wil niet, Terschelling niet, Gouda niet: gemeenten met kleine gasvelden word wakker!

De ervaringen met Vermilion in het Drentse Wapse (gemeente Westerveld) waar de gemeente een winningsvergunning heeft afgegeven, tonen aan dat de oliemaatschappij zich niet aan de regels houdt. Vermilion had aangegeven in Wapse slechts 480.000 m3 per dag te willen opboren, dus net onder de norm waarbij een Milieu Effect Rapportage (MER) verplicht wordt gesteld. Milieudefensie berekende echter dat de dagproductie van 480.000 Nm3 (= gas van 0° C) uitgedrukt in gewone m3 (= gas van 15° C) een volume heeft van meer dan 500.000 m3. In Wapse werd hieraan dus niet voldaan. Vermilion moest opnieuw een vergunning aanvragen, deze keer wel onderbouwd met een MER. Helaas geldt bij kleine putten niet de omgekeerde bewijslast zoals in Groningen, maar moeten inwoners zoals in Westerveld die schade lijden zelf bewijzen dat dat een gevolg is van de gaswinning. Gebleken is dat al bij het bekend worden van een mogelijke gaslocatie de waarde van huizen in de omgeving ervan daalt. De gemeente Westerveld heeft al in enkele gevallen om deze reden ingestemd met een lagere WOZ-waarde. (Meer voorbeelden van waardedalingen zijn bijvoorbeeld te vinden in een blogartikel van Harrie Hoek, hoofd van het bureau Eemsdelta\EZ). De gang van zaken toont aan dat de Nederlandse overheid de burger, het milieu of toekomstige generaties onvoldoende beschermt tegen de grote belangen. Dit is dus niet integer. Met het Groningen-effect tot gevolg. In het hele land verdwijnt het draagvlak als sneeuw voor de zon. Ook overheden zouden er goed aan doen hun besluitvorming te toetsen via een effectmeting onder alle stakeholders: zo kan in beeld gebracht worden wat de belangen zijn, wie de baten heeft, wie de lasten en hoe deze op een integere manier kunnen worden verdeeld. Zie gogomo.org voor een nadere toelichting.

Economische belangen stelselmatig op de eerste plaats

Wanneer overheden economische belangen (of zoals in dit geval gegarandeerde gasleverantie) stelselmatig boven het belang van de burger stellen, ontstaat frustratie en onbegrip. Wanneer de burger bij de overheid op de deur klopt en geen gehoor krijgt, met een kluitje in het riet wordt gestuurd, naar de rechter wordt verwezen, of met een schijncompensatie wordt afgescheept, dan ontstaat woede en wantrouwen. Het gedrag van de overheid en de Alders-kongsi in de zaak Groningen blijkt “would-be governance” of “bla-bla governance” die tot doel lijkt te hebben de burger monddood te maken in plaats van te beschermen. En dat gedrag heeft gevolgen in heel Nederland: het Groningen-effect. De overheid is gewaarschuwd: wees wijs en fatsoenlijk. Bescherm de burger. Geef integere besluitvorming topprioriteit.

Auteur: Theo Labrujere
Editor: Leo Sonneveld

Van democratie naar integrocratie

Eerste Nationale Vergadering. Foto credit:  https://commons.wikimedia.org/ Door R. Vinkeles en D. Vrijdag naar J.Bulthuis - http://www.geheugenvannederland.nl/

 

Van democratie naar integrocratie, wishful thinking of the way to go?

Op 15 maart 2017 mogen we weer naar de stembus. Iedere burger mag weer zijn democratische daad doen. En dat op een moment waarop het geloof in een goede werking van de democratie nog nooit zo laag is geweest. In Amerika, een lichtend voorbeeld voor velen waar democratie zelfs tot exportproduct was verheven, blijkt de houdbaarheidsdatum verstreken. De samenleving is er ziek van geworden. Bestrijden van symptomen helpt niet meer.

Maar wat is de oorzaak?

Door oog te hebben voor de symptomen van de staat van de democratie zonder direct te oordelen over personen, partijen en politieke posities, kunnen we een glimp opvangen van de belangrijkste oorzaak. Niet dat ik daar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar heb gedaan. Maar door diep af te dalen in mezelf. Diep af te dalen tot datgene wat mensen wereldwijd in de kern gemeen hebben. Dan kom ik op een behoefte aan rechtvaardigheid. Een behoefte die, eenmaal vervuld, maakt dat mensen in vertrouwen met elkaar en met de instituties een duurzame samenleving vormen. Zonder continu op hun hoede te moeten zijn om hun belangen te beschermen en zo te verhinderen dat de volgende poot wordt uitgedraaid. Als dat al te verhinderen is. Want de politieke meerderheid beslist. De vraag is dus in welke mate onze democratie rechtvaardigheid voortbrengt en mede daardoor vertrouwen?

Politiek, wet- en regelgeving

Politiek is niets meer en niets minder dan een door de mens bedacht systeem dat wet- en regelgeving produceert. In ons democratisch bestel regeert de meerderheid: 51% of meer. Althans in theorie. Met de lage opkomstcijfers (denk aan de Europese Verkiezingen met 30-40%) blijft hier soms weinig van over. Dit resulteert in wet- en regelgeving die in het beste geval primair de belangen van de politieke meerderheid behartigt. In de praktijk betekent dit dat de belangen van de minderheid, en dat kan dus een zeer aanzienlijk deel van onze samenleving zijn, niet alleen minder of niet gediend worden, maar zelfs kunnen worden geschaad. Vaak is er geen politieke wil of moed om wet- en regelgeving die schade veroorzaakt terug te draaien, terwijl dit vanuit het oogpunt van een gevoel van rechtvaardigheid, integriteit en vertrouwen juist wel zou moeten.

Rechtvaardigheid, rechtmatigheid en integriteit

Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving. Rechtvaardigheid is een begrip uit de ethiek en duidt meer op beleving en gevoel en is sterk verbonden met de betekenis van integriteit in de oorspronkelijke zin van heel en ongeschonden.

Doordat bij rechtmatigheid primair de overeenstemming met de geldende regels en besluiten geldt en niet de (beleefde) rechtvaardigheid van die regels en besluiten, wordt gedrag dat volgens de geldende wet rechtmatig is, in de praktijk toch vaak ervaren als onrechtvaardig. Dit maakt mensen boos. Denk aan de manier waarop de gezondheid, huizen en kwaliteit van leefomgeving van Groningers worden geschaad door (legaal) bij voortduring schade op hen af te wentelen in plaats van hen ruimhartig te compenseren en aardgaswinning te stoppen, of ten minste tot een minimum te beperken. Alle procedures en rechtszaken, samen te vatten onder ‘rechtstaat’, ten spijt. Het is de werking van de democratie die dit mogelijk heeft gemaakt en in stand houdt. Kijkend naar de ten hemel schreiende gevolgen moet hier sprake zijn van een weeffout.

Er zijn immers talloze voorbeelden van ‘rechtmatig’ handelen, die niet als rechtvaardig ervaren worden, maar die democratisch wel in stand worden gehouden:

Banksysteem

Het huidige banksysteem, dat is gebaseerd op schuld in combinatie met samengestelde rente en uitwassen kent zoals winstgevende boeterenteclausules, is goedgekeurd en wordt in stand gehouden door zittende politici terwijl het ten koste gaat van bijna de hele samenleving. Dit maakt mensen boos.

Zorgstelsel

Het huidige zorgsysteem heeft niet meer de gezondheid van de mensen in onze samenleving als uitgangspunt. De focus is verlegd naar kostenreductie en marktwerking waardoor geldelijk gewin prioriteit krijgt en de zorg niet anders dan het kind van de rekening kan worden. Het systeem werkt fraude in de hand, levert zorgverzekeraars miljarden op en gaat ten koste van de (kwaliteit van de) samenleving. Dit maakt mensen boos.

Economie

Economie om de economie met als doel groei en winstmaximalisatie maakt dat de democratische meerderheid het gewoon is gaan vinden om te produceren ten koste van:

  • het vermogen van de aarde om ons te blijven voorzien van de noodzakelijke voedings- en bouwstoffen,
  • het milieu: door toepassing van gifstoffen die ook de gezondheid van mens en dier aantasten,
  • de gemeenschap: door mensen te ontslaan zodat bedrijven goedkoper kunnen produceren in landen waar lagere sociale voorzieningen zijn en de kosten voor werkloosheidsuitkeringen ten laste van de gemeenschap worden gebracht.

Bovenstaande voorbeelden maken mensen boos en wijzen in de richting dat gevoel van rechtvaardigheid sterk verbonden is met de oorspronkelijke betekenis van integriteit: heel en ongeschonden laten. Een handelwijze ten koste van iets of iemand tast de integriteit aan en voelt daarom vaak als onrechtvaardig. Gecombineerd met een gevoel van machteloosheid zit er in het huidige systeem niets anders op dan te kiezen voor politici die de frustraties benoemen en beloven anderen dan jijzelf te schaden. En daarmee wordt het probleem op zijn best tijdelijk verschoven.

Wat is er nodig?

De kern van wat nodig is? Integriteit in de oorspronkelijke betekenis van heel houden of heel maken integraal gaan toepassen. Dit kan door alle wetten op het punt van integriteit te toetsen en waar nodig te herzien.

Om te komen tot een samenleving die beleefd gaat worden als rechtvaardig, zal het verminderen van regels door deregulering moeten worden aangevuld met een integriteitstoets als leidend principe voor de integriteit van wet- en regelgeving. Door deze integriteitstoets in alle situaties toe te passen weet iedereen vooraf waar hij of zij aan toe is. Een overheid, bedrijf of individuele burger die een ander schade toebrengt zal dit minimaal moeten compenseren en er nooit mee weg kunnen komen. Dus ook niet als dit volgens de wet wel zou zijn toegestaan. Concreet betekent het dat bewust of onbewust schade toebrengen, net als misdaad, principieel nooit mag en zal lonen.

De integrocratie

Bij brede omarming in onze samenleving van deze principes zou een integrocratie ontstaan, als fundament voor een goed en duurzaam werkende democratie. Vanuit de betekenis van ‘heel en ongeschonden’ betekent het dat niet de meerderheid van een gekozen vertegenwoordiging van de burgers beslist (democratie) ongeacht de effecten van de beslissing. Maar dat het, vanuit het besef dat voor herstel van vertrouwen in de democratie en de politiek, mens, dier, milieu en aarde inclusief toekomstige generaties heel en ongeschonden moeten worden gelaten. Schade wordt voorkomen door de besluitvorming te baseren op de gezamenlijke beoordeling van effecten die een keuze op alle stakeholders hebben. Inherent is dat systemen en wet- en regelgeving die wel rechtmatig zijn, maar schade toebrengen en daarom niet integer zijn, gerepareerd moeten worden zodat deze weer heelheid bevorderen. Het terugdraaien van destructieve systemen en praktijken komt niet voor compensatie in aanmerking.

Herstel van schade en het voorkomen daarvan, herstelt vertrouwen. Politieke akkoorden op basis van (wisselende) democratische meerderheden met beleid ten koste van ‘anderen’ vergroot wantrouwen en boosheid.

Alle stakeholders

Integrocratische besluitvorming is impact en proces gedreven. Het besluit laat alle belanghebbenden heel en ongeschonden (heel laten en heel maken). Net als democratische- of sociocratische besluitvorming kan dit type besluitvorming op ieder niveau worden toegepast. De politiek leert op deze manier om niet zichzelf en haar electoraat, maar de samenleving als geheel te dienen. Onze maatschappij komt op een positieve manier tot leven door actieve participatie van veel meer mensen en door herstel van vertrouwen. Iedereen voelt zich gesteund in plaats van buitengesloten of gedupeerd, met uitzondering van hen die lucratieve praktijken ten koste van anderen zien verdwijnen. Integrocratische besluitvorming is the way to go en geen wishful thinking.

Voor degenen die zichzelf als realist zien, kan dit overkomen als een utopie. Maar deze realisten zijn zich vaak onvoldoende bewust dat het juist hun eigen zogenaamde nuchterheid en belemmerende overtuigingen zijn die maken dat het huidige systeem in stand wordt gehouden. Met alle gevolgen van dien.

Meer weten? Lees Heel, persoonlijke en bestuurlijke integriteit in vijf stappen. U kunt ons ook een mailtje sturen, dan ontvangt u Heel per mail retour.

 

 

Zienswijze GoGoMo op het Ontwerp Structuurvisie Ondergrond (STRONG)

photo credit: ellen jantsch

 

Achtergrond: wat is STRONG?

Op 15 maart 2012 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de minister van Economische Zaken het voornemen bekendgemaakt om een structuurvisie ondergrond op te stellen.

Van de overheidssite Platform Participatie:

"Met de structuurvisie ondergrond (STRONG) wil de overheid de ondergrondse ruimte ordenen en activiteiten in de ondergrond beter op elkaar afstemmen en koppelen aan de bovengrondse activiteiten. De structuurvisie helpt om de ruimte onder ons land duurzaam en efficiënt in te richten. Voor deze structuurvisie worden de milieueffecten in een milieueffectrapport onderzocht."

 

"De diepe ondergrond is steeds meer in gebruik. Het gaat bijvoorbeeld om grondwaterwinning, olie- en gaswinning en de winning van aardwarmte. Deze activiteiten zijn niet overal mogelijk en wenselijk. De structuurvisie ondergrond brengt de mogelijkheden voor activiteiten in de diepe ondergrond in kaart. Hiervan ligt nu het ontwerp ter inzage."

 

Andere belangen en locatiespecifieke afwegingen

"In de ontwerp structuurvisie ondergrond staan de afwegingen van de Rijksoverheid tussen de nationale belangen van de drinkwatervoorziening en de energievoorziening en hoe daarbij rekening wordt gehouden met andere belangen. Ook staat er in waar bedrijven vergunningen kunnen aanvragen voor activiteiten in de ondergrond en waar niet. Daarnaast geeft de structuurvisie overwegingen mee bij locatiespecifieke afwegingen."

 

"Als een bedrijf een vergunning aanvraagt in een gebied waar dat mogelijk is, wordt nog steeds een locatiespecifieke afweging gemaakt via het bestaande proces van vergunningverlening. De structuurvisie betekent niet dat de vergunning zonder meer wordt verleend."

 

Participatie

Volgens de overheid zijn bij het opstellen van deze structuurvisie alle belanghebbende partijen vanaf het begin betrokken: overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke partijen, burgers en kennisinstellingen. De structuurvisie ondergrond bevindt zich nu in fase 3. In deze fase kan iedereen een zienswijze indienen op het ontwerp structuurvisie ondergrond dat nu voorligt (dit is mogelijk van 22 november 2016 tot en met 2 januari 2017).

Wat gebeurt er met de ingediende zienswijzen?

De ministers betrekken de binnengekomen zienswijzen bij de definitieve structuurvisie ondergrond. De definitieve structuurvisie zal naar verwachting in de loop van 2017 gereed zijn. Hierbij wordt een nota van antwoord gevoegd, waarin is uiteengezet op welke wijze rekening is gehouden met alle ingediende zienswijzen.

Bron voor bovenstaande informatie: Platform Participatie

Visie GoGoMo: wat is de dominante focus huidige ontwerp structuurvisie?

De opgave voor de structuurvisie wordt als volgt omschreven:

‘bieden van ruimte voor mijnbouwactiviteiten voor de energievoorziening.’

Deze zinsnede vat de dominante focus van deze structuurvisie ondergrond samen.

Zienswijze Stichting Good Governance Monitor op STRONG

De huidige ontwerpvisie in al haar facetten is aantoonbaar toegeschreven naar de bovengenoemde focus en is volledig in lijn met de evaluatie van de Mijnbouwwet EZ uit 2007 waarin staat:

'Belangrijk in dit verband is dat de centrale regiefunctie die het Ministerie heeft opnieuw wordt verstevigd, waardoor in de praktijk de vergunningverleningstrajecten zo efficiënt mogelijk worden uitgevoerd.’

Met andere woorden, het is toegeschreven naar het benutten. Dit betekent dat deze denkrichting moet worden bijgestuurd ter bescherming van mens, milieu en maatschappij, inclusief toekomstige generaties.

Geen oog voor klimaatverandering

Wat vooral ook ontbreekt in de opgave is adequate bescherming tegen klimaatverandering, een fenomeen dat niet alleen van nationaal belang is, maar dit overstijgt in verband met de mondiale impact. In plaats van het bestuurlijk borgen dat we als Nederland de goede richting opgaan, wordt in deze visie prioriteit gegeven aan het faciliteren van kortetermijnbenutting van fossiele brandstoffen die klimaatverandering juist veroorzaken (CO2) en versterken (methaan).

Vanuit het oogpunt van good governance veroorzaakt deze voorgenomen werkwijze schade op grote schaal. Het (bestuurlijk) veroorzaken van schade aan omwonenden, milieu, klimaat en toekomstige generaties is, vanuit de letterlijke betekenis van integriteit (heel en ongeschonden laten) niet integer. Dit betekent dat dit plan fundamenteel zal moeten worden herzien en op zijn minst moet worden aangevuld met balancerende maatregelen. In de verschillende hoofdstukken en paragrafen van de structuurvisie ondergrond hebben wij opmerkingen, vragen en suggesties toegevoegd die in onze ogen nodig zijn voordat er sprake kan zijn van maatschappelijk draagvlak en goed bestuur.

Zienswijze zoals ingediend door GoGoMo

De zienswijze van Stichting Good Governance Monitor (GoGoMo) is gebaseerd op de resultaten van de effectmeting van voorgenomen olie- en gaswinning in Woerden in 2015, het volgen van het maatschappelijk debat over (gevolgen van) olie- en gaswinning inclusief de nieuwe Mijnbouwwet en klimaatverandering, en deelname aan een regiobijeenkomst STRONG.

De tekst uit de structuurvisie is gekopieerd en onze zienswijze/reactie is hieraan toegevoegd in een vet lettertype.