Deze zomer heeft de Stichting Good Governance Monitor in samenwerking met de Stichting New Financial Forum onderzocht hoe aanvaardbaar strikte toepassing van de boeterenteclausule wordt gevonden en welke verbeteringen men nodig vindt. De enquête werd door 664 consumenten, 47 financieel adviseurs, 13 beleggers en 10 geldverstrekkers volledig ingevuld en leverde meer dan 400 suggesties voor verbetering op.

Meest terugkerende suggestie was: afschaffen. Van de consumenten noemde 83 procent het onaanvaardbaar dat de boeterenteclausule strikt wordt toegepast. Verder vond 71 procent van de adviseurs dit en was 30 procent van de geldverstrekkers deze mening toegedaan. De volgende tien combinaties van suggesties voor verbetering werden het meest genoemd:

  1. Door toegenomen transparantie en gezonde concurrentie zouden niet alleen de werkelijke kosten mogen worden berekend (conform de Europese hypothekenrichtlijn, MCD) maar ook een plafond moet worden ingesteld ter hoogte van het Belgische systeem te weten drie maanden rente plus dossierkosten bij (gedeeltelijk) oversluiten.
  2. Het recht per jaar om boetevrij af te lossen moet cumulatief werken, resulterend in een recht op 100% boetevrije aflossing na 5 tot 10 jaar (afhankelijk van het afgesproken percentage).
  3. Voorwaarden bij rentemiddeling moeten worden verbeterd o.a. ook boetevrij bij verkoop huis
  4. De nieuwe condities moeten ook gelden voor alle bestaande contracten teneinde rechtsongelijkheid te voorkomen en zowel schuldreductie als koopkracht te bevorderen
  5. Boeterenteclausule moet in balans worden gebracht zodat het een tweezijdige regeling wordt met malus én bonus en beloning bij volmaken van periode of werkelijke opbrengsten en kosten delen.
  6. In sociaal/maatschappelijke zin is er een stelselwijziging nodig die mogelijkheden voor schuldreductie verruimt en het vertrouwen in de financiële sector vergroot.
  7. Lagere lasten maken meer capaciteit vrij om meer af te lossen of de koopkracht te vergroten.
  8. Er is meer transparantie en betere informatie nodig over de werkelijke kosten en hypotheekvoorwaarden en een beter toezicht hierop door AFM.
  9. Eerder aflossen moet fiscaal worden beloond.
  10. Het gevoel van faire behandeling bij consumenten zal worden vergroot door te kijken naar de historie van de klant in termen van totaal betaalde rente en wijzigingen. De eerste keer kan de bank bijvoorbeeld minder kosten rekenen. Ook is dringend gewenst om soepeler om te gaan met boetes en de persoonlijke omstandigheden hierin mee te nemen.

Op 6 september is in de Tweede Kamer een beknopt debat gepland over de invoering van de Europese hypothekenrichtlijn (MCD). Het was logistiek niet mogelijk om voorafgaand hieraan de beoogde dialoog met vertegenwoordigers van stakeholders te organiseren. Daarom is deze samenvatting van de enquête uitslag inmiddels verstuurd aan de politiek als mogelijke input voor het debat.

 

Antwoord minister Blok op kamervragen Omtzigt en Ronnes

Op 2 september heeft minister Blok de vragen van Tweede Kamerleden Omtzigt en Ronnes beantwoord (pdf)

Hierin staat bevestigd dat de nieuwe regels ook voor bestaande contracten gelden, zie punt 4 uit bovengenoemde suggesties voor verbetering, en is dus een positief bericht.

Wij zijn wel verbaasd over de volgende antwoorden van de minister:

  • In plaats van werkelijke kosten schrijft de minister ‘werkelijk geleden financiële nadeel’.
  • ‘Daarnaast moet de berekening van deze vergoeding en de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening eveneens aan de consument worden meegedeeld, zodat de berekeningswijze voldoende transparant is.’ Hypothesen zijn geen feiten en dus geen werkelijke kosten.
  • ‘De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft aangegeven dat de regels uit de Mortgage Credit Directive (MCD) de bestaande Nederlandse praktijk bevestigen en dat deze materieel niet leiden tot verandering als het gaat om de berekening van de kosten bij extra aflossing van een hypotheek.’ Dit betekent dat men op oude voet wil doorgaan met het in rekening brengen van ongerealiseerde winst, terwijl de MCD juist bedoeld was om alleen de werkelijke kosten in rekening te brengen. Hoe kan anders in België een maximum van drie maanden plus dossierkosten worden gehanteerd?

Op 5 september zijn deze opmerkingen via Twitter aan de meeste Kamerleden van de Commissie Financiën gestuurd.